Koeltechnisch Woordenboek & Vaktermen
Essentiële definities, formules en vaktermen voor het examen koeltechniek.
Nieuw: Bekijk de Complete Cursus & Formulebladen
Inclusief 5 interactieve theoriemodules, Mollierdiagram berekeningen en 8-punts storingsmatrix.
4-Weg Omkeerklep (Omkeerventiel)
Door het bekrachtigen van de solenoïdespoel verplaatst de interne schuif in het ventiel. Hierdoor wordt de persleiding van de compressor naar de binnenunit (verwarmen/warmtepomp) of naar de buitenunit (koelen/airco) geleid. Wordt tevens gebruikt voor snelle heetgasontdooiing van de buitenunit.
Azeotroop Mengsel (R500-reeks)
Bij azeotrope mengsels (zoals R507) is de dampsamenstelling exact gelijk aan de vloeistofsamenstelling bij koken en condenseren. Er treedt géén temperatuurverschuiving (glide = 0 K) of ontmenging op.
Bedrijfsdruk (Werkdruk LD / HD)
Zodra de compressor draait, creëert deze een drukverschil: lage druk in de verdamper (bepaalt verdampingstemperatuur T₀) en hoge druk in de condensor (bepaalt condensatietemperatuur T_c).
Carterverwarming
Koudemiddel heeft de eigenschap om bij stilstand te migreren naar het koudste punt en op te lossen in de smeerolie in het carter. Als de compressor start, daalt de druk plotseling, waardoor het koudemiddel hevig gaat koken ('koud koken') en de olie wegblaast uit het carter.
Certificaat Categorie 1 (Koeltechnicus)
Biedt de houder de volledige bevoegdheid om alle werkzaamheden (installatie, inbedrijfstelling, onderhoud, reparatie, lektesten en terugwinning) uit te voeren aan alle stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompinstallaties ongeacht de koudemiddelinhoud.
Compressor Burn-out
Veroorzaakt door oververhitting, vocht in de installatie of zuurvorming. Bij een burn-out ontbindt het koudemiddel en de olie in agressieve zuren, roet en verbrandingsslib.
COP Verwarming vs. COP Koeling
Bij een warmtepomp is het nuttige afgegeven verwarmingsvermogen in de condensor (Q_c) gelijk aan het opgenomen koelvermogen in de verdamper (Q_0) PLUS het opgenomen elektrische compressorvermogen (P_comp). Hierdoor is de COP bij verwarmen altijd precies 1 hoger dan de COP bij koelen.
Droge Stikstof (OFN - Oxygen Free Nitrogen)
Droge stikstof bevat geen zuurstof en geen vocht. Tijdens het hardsolderen voorkomt een lichte stikstofstroom in de koperbuis inwendige oxidatie (koperslag/roet).
Drukbeproeving / Afpersen met Stikstof
Vóór vacumeren en vullen moet het leidingsysteem worden afgeperst met droge stikstof tot de maximaal toelaatbare ontwerpdruk (meestal 1,1 × PS conform NBN EN 378). Dit bewijst dat alle soldeer- en klemverbindingen mechanisch sterk en 100% gasdicht zijn.
Elektronisch Expansieventiel (EEV)
In tegenstelling tot een mechanisch TEV wordt een EEV continu aangestuurd door een elektronische regelaar (microcontroller). De regelaar berekent realtime de exacte oververhitting aan de hand van een druksensor en temperatuursensor en stuurt de stappenmotor aan met honderden microscopische stapjes.
Enthalpie (h)
Enthalpie combineert de inwendige energie van de stof met de energie van druk en volume (h = u + p·v). Op de horizontale as van het Mollier log p-h diagram lees je direct het enthalpieverschil af om het koelvermogen, compressorarbeid en condensorvermogen te berekenen.
Filterdroger (Liquid Line Filter Drier)
Bevat een moleculaire zeef (desiccant / droogmiddel) die vocht chemisch bindt en een filterpad dat vaste vuildeeltjes (koperslijpsel, soldeerslakken) tegenhoudt. Sommige filterdrogers bevatten tevens aluminiumoxide om schadelijke zuren op te nemen.
Flashgas
Ontstaat wanneer de druk in de vloeistofleiding daalt (door leidingweerstand, filtervervuiling of grote stijghoogte) tot onder de verzadigingsdruk, waardoor de vloeistof begint te koken vóór het expansieventiel.
Formeergas (95% N₂ / 5% H₂)
Bestaat uit 95% stikstof en 5% waterstof. Doordat de waterstofmoleculen (H₂) microscopisch klein zijn, ontsnappen ze sneller door minieme haarscheurtjes dan stikstof of koudemiddel. Een elektronische waterstoflekzoeker detecteert lekkages tot minder dan 1 gram per jaar zonder schadelijke F-gassen in de atmosfeer te brengen.
Gaskoeler (Gas Cooler)
In een gaskoeler wordt heet persgas onder superkritische druk (boven 73,8 bar) afgekoeld door omgevingslucht of water zónder dat het gas condenseert naar vloeistof. De warmteafgifte gebeurt over een glijdend temperatuurtraject.
Glide (Temperatuurverschuiving)
Bij zeotrope koudemiddelmengsels (de R400-reeks, zoals R407C) verdampen en condenseren de samenstellende componenten bij verschillende temperaturen bij een constante druk. De faseovergang gebeurt over een temperatuurtraject in plaats van bij één vaste temperatuur.
GWP-waarde (Global Warming Potential)
De GWP-waarde drukt uit hoeveel sterker een koudemiddel bijdraagt aan het broeikaseffect vergeleken met dezelfde massa CO₂ over een periode van 100 jaar. De GWP van CO₂ is vastgesteld op 1. Een koudemiddel zoals R404A heeft een GWP van 3922, wat betekent dat 1 kg R404A even schadelijk is als 3922 kg CO₂.
Heetgasontdooiing (Hot Gas Defrost)
In plaats van elektrische ontdooielementen wordt heet gas vanaf de persleiding via een bypassklep of 4-wegklep door de bevroren verdamper geblazen. De latente condensatiewarmte van het hete gas smelt het ijs van binnenuit in enkele minuten, wat veel energiezuiniger en sneller is.
IHX (Interne Warmtewisselaar / Zuiggas-Warmtewisselaar)
De IHX (Internal Heat Exchanger) koelt de vloeistof vóór het expansieventiel extra na (verhoogt het specifieke koelvermogen q₀) door warmte over te dragen aan het koude zuiggas naar de compressor. Dit zorgt tevens voor nuttige oververhitting en beschermt de compressor tegen vloeistofslag.
Latente Warmte (Faseovergangswarmte)
Tijdens verdampen (vloeistof naar damp) of condenseren (damp naar vloeistof) blijft de temperatuur van een zuiver koudemiddel constant, terwijl er gigantische hoeveelheden warmte worden opgenomen of afgestaan.
Milieulogboek (Installatielogboek)
Bevat alle gegevens over: type en hoeveelheid koudemiddel, bijgevulde volumes, gerecupereerde volumes, data en resultaten van lekcontroles, en de naam en het certificaatnummer van de uitvoerende technicus.
ODP (Ozone Depletion Potential)
ODP meet de mate waarin een koudemiddel de stratosferische ozonlaag kan aantasten, vergeleken met trichloorfluormethaan (R11, waarvan de ODP = 1). Chloorhoudende gassen zoals CFK's en HCFK's (bijv. R22) hebben een hoge ODP en zijn daarom verboden. Moderne HFK's en natuurlijke koudemiddelen hebben een ODP van 0.
Olieafscheider (Oil Separator)
Een deel van de compressorolie wordt met het persgas meegeblazen. De olieafscheider vertraagt de gasstroom en gebruikt botsplaten of coalescentiefilters om oliedruppels af te vangen. Een vlotterventiel opent zodra er voldoende olie is verzameld en stuurt deze onder persdruk terug naar het compressorcarter.
Onderkoeling (Subcooling)
Onderkoeling vindt plaats aan het einde van de condensor en in de vloeistofleiding. Het is het verschil tussen de verzadigde condensatietemperatuur (afgelezen op de hogedrukmanometer) en de werkelijke leidingtemperatuur vóór het expansieorgaan.
Oververhitting (Superheat)
Oververhitting vindt plaats aan het einde van de verdamper en in de zuigleiding. Het is het verschil tussen de werkelijke gemeten zuiggastemperatuur op de leiding en de verzadigde verdampingstemperatuur (afgelezen op de manometer bij de heersende zuigdruk).
PAG-Olie (Polyalkyleenglycol)
PAG-oliën hebben uitstekende smeereigenschappen met koudemiddelen zoals R134a en R1234yf, maar zijn sterk hygroscopisch (trekken razendsnel vocht aan uit de lucht). PAG is elektrisch geleidend en mag daarom NOOIT gebruikt worden in hermetische of hybride/elektrische aircocompressoren met ingebouwde hoogspanningsmotor.
POE-Olie (Polyolester)
POE-olie is chemisch stabiel, mengt uitstekend met HFK's (R134a, R410A, R32, R407C) en HFO's, en bezit een zeer hoge diëlektrische weerstand. Hierdoor is het veilig voor gebruik in hermetische en semi-hermetische compressoren waar de elektromotor direct in het koudemiddel/oliemengsel draait.
Pt1000 Temperatuurvoeler
Pt staat voor het edelmetaal Platina. Het getal 1000 geeft aan dat de elektrische weerstand van de sensor exact 1000 Ohm bedraagt bij een temperatuur van 0 °C. Het is een PTC-element (weerstand stijgt bij stijgende temperatuur).
Pump-Down Schakeling
Wanneer de thermostaat afslaat, sluit eerst de magneetafsluiter in de vloeistofleiding. De compressor blijft draaien totdat de lagedrukpressostaat afschakelt. Hierdoor is de verdamper en zuigleiding volledig leeg.
R290 (Propaan)
Propaan heeft uitstekende thermodynamische eigenschappen en een uiterst lage GWP van 3. Het valt onder veiligheidsklasse A3 (ontvlambaar), waardoor strenge vullimieten en ATEX-veiligheidseisen gelden.
R717 (Ammoniak / NH₃)
Ammoniak heeft een ODP van 0 en een GWP van 0. Het is echter giftig en licht ontvlambaar (veiligheidsklasse B2L). Het tast koper en koperlegeringen chemisch aan, waardoor uitsluitend stalen leidingen gebruikt mogen worden.
R744 (Kooldioxide / CO₂)
Kooldioxide is onbrandbaar en niet giftig (veiligheidsklasse A1, ODP = 0, GWP = 1). Het werkt bij zeer hoge werkdrukken (tot > 120 bar) en heeft een laag kritisch punt (31,1 °C), waardoor het vaak 'transkritisch' functioneert.
Retourcilinder (Recuperatiefles)
Gekeurde drukcilinder uitgerust met twee afsluiters (één voor de gasfase en één met een stijgbuis voor de vloeistoffase).
Rustdruk (Statische Druk / Stilstanddruk)
Bij langdurige stilstand zijn de lage- en hogedrukzijde met elkaar in evenwicht (drukvereffening). De afgelezen rustdruk komt exact overeen met de verzadigde dampspanning van het koudemiddel bij de heersende omgevingstemperatuur (mits er vloeibaar koudemiddel aanwezig is).
Sensibele Warmte (Voelbare Warmte)
Sensibele warmte kun je direct meten met een thermometer. Voorbeelden in de koelcyclus zijn het opwarmen van vloeibaar koudemiddel (onderkoelingstraject) of het opwarmen van oververhit dampgas in de zuigleiding.
Thermostatisch Expansieventiel (TEV / TXV)
Het ventiel verlaagt de druk van condensor- naar verdamperdruk en regelt continu het debiet zodat de verdamper maximaal gevuld is met kokend koudemiddel, met behoud van een veilige ingestelde oververhitting aan de uitgang.
Ton CO₂-equivalent
Het ton CO₂-equivalent geeft de hoeveelheid broeikasgassen weer uitgedrukt in het equivalente effect van tonnen kooldioxide. Dit getal bepaalt wettelijk hoe vaak een installatie op lekkage moet worden gecontroleerd.
Transkritische Koelkringloop (R744 / CO₂)
Bij koudemiddel R744 (koolstofdioxide) ligt het kritisch punt uitzonderlijk laag (31,1 °C bij 73,8 bar). Bij warme buitentemperaturen kan het gas niet condenseren naar vloeistof. In plaats van een condensor gebruikt men een gaskoeler, waarin het dichte superkritische gas isobar afkoelt zonder vloeistoffaseovergang.
Vacumeren & Diepvacuüm Norm
Door de druk in het circuit te verlagen tot onder de kookdruk van water bij kamertemperatuur (ca. 23 mbar bij 20 °C), verdampt het aanwezige vloeibare vocht en wordt het als waterdamp weggezogen. De officiële vaknorm vereist een diepvacuüm van minimaal 270 Pa (2,7 mbar / 2000 micron) met een geslaagde stijgtest (staantest).
Vacuümzuigen (Evacuatie)
Door de druk in het koelcircuit extreem te verlagen (onder de dampspanning van water, < 270 Pa / 2 mbar), verdampt (kookt) achtergebleven vloeibaar vocht bij kamertemperatuur en wordt het door de vacuümpomp afgezogen.
Veiligheidsklep (Overdrukbeveiliging)
Voorkomt het scheuren of ontploffen van drukvaten (zoals vloeistofvaten of condensors). Zodra de druk daalt tot onder de insteldruk, sluit de klep weer automatisch.
Vloeistofslag (Liquid Slugging)
Omdat vloeistoffen niet samendrukbaar (incompressibel) zijn, leidt vloeistof in de compressor tot extreme mechanische krachten. Dit resulteert vrijwel onmiddellijk in gebroken klepplaten, kromme drijfstangen of een gebroken krukas.